Belangrijke aanpassingen inzake seizoenarbeid beslist!

Het kernkabinet heeft een Koninklijk Besluit goedgekeurd op basis van de volmachtenwet die deze week in de Kamer wordt goedgekeurd.

In dit Besluit staan drie zeer belangrijke zaken voor de land- en tuinbouwsector in verband met het seizoen- en gelegenheidswerk. De beslissing in verband met de tweede plukkaart is reeds van toepassing.

De drie belangrijke beslissingen in het kort:

 

1° Een tweede plukkaart wordt mogelijk

In het jaar 2020 worden alle kwota die gelden voor seizoenarbeid verdubbeld. Dit houdt in dat de 30 dagen in de Landbouw 60 dagen worden; dat de 65 dagen in de tuinbouw 130 dagen worden en dat de 100 dagen voor de  witloof- en champignonteelt 200 dagen worden. Deze maatregel is ingegeven door de overweging dat er een acuut tekort aan seizoenwerknemers is op dit ogenblik. De maatregel heeft tot doel om seizoenwerknemers langer in België te houden en tewerk te stellen in de seizoenregeling. Dit jaar zal het immers voor een groot aantal seizoenwerknemers uit de nieuwe lidstaten onmogelijk zijn om in de komende weken naar België te komen. In de komende periode starten immers de werkzaamheden in heel wat sectoren zoals de aspergeteelt, de aardbeienteelt, de glastuinbouw, groenteteelt en de sierteelt.

Aan alle seizoenwerknemers die dit jaar toch aan de slag zijn in de land- en tuinbouw , kan een tweede plukkaart gegeven worden en geldt dus het dubbele kwotum. Dit is dus niet alleen voor personen die reeds voor een bepaalde datum in België waren. De verruimde kwotum aan dagen kan gedurende het jaar 2020 benut worden.

De mogelijkheid om aan de werknemers een tweede plukkaart te geven gaat in op 1 maart 2020, op vandaag is deze maatregel dus reeds van toepassing!

 

2°  100 dagen voor de fruitteelt

Vanaf 1 april 2020 wordt voor de seizoenarbeid in de fruitteelt 100 dagen voorzien. Hiermee wordt uitvoering gegeven aan het akkoord dat afgesloten werd onder de sociale partners op 4 juli 2019 in het kader van de sociale onderhandelingen 2019 -2020. De sociale partners zullen via het Sociaal Fonds voor het Tuinbouwbedrijf en via het Paritair Comité in dit verband een specifieke procedure voorzien opdat de 100 dagen kunnen worden toegepast.

Bedrijven die in aanmerking willen komen voor de 100 dagen seizoenarbeid zullen een aanvraag moeten indienen bij het Paritair Comité en bij het Sociaal Fonds Tuinbouw. De betrokken werkgever moet zich er toe verbinden de sociale wetgeving correct toe te passen, niet aan sociale dumping te doen, geen gebruik te maken van  schijnzelfstandigheid, geen gebruik te maken van detacheringsconstructies, enz. . Bovendien moet de betrokken fruitteler zijn aantal vaste werknemers op het niveau houden van het gemiddelde van de vier kwartalen van 2018 . De aanvragen worden beoordeeld door de Werkgroep Fruitteelt die in het Paritair Comité  voor het Tuinbouwbedrijf wordt opgericht. Voor de bedrijven die aanvaard worden, kan er voor 33% van het aantal seizoenwerknemers dat het bedrijf tewerkstelde in het jaar 2019, in 2020 100 dagen seizoenarbeid worden toegepast.  

De 100 dagenregeling die in het volmachtenbesluit is opgenomen heeft niet alleen betrekking op de sector van het hardfruit maar wel op de ganse fruitsector, dus ook op het zachtfruit.   

Voor meer details betreffende deze regeling raden we de werkgevers aan zich te richten tot hun respectievelijke beroepsfederatie(s).

 

3° Aanpassing aan de 180dagen regel

In het Volmachtenbesluit  wordt ook de zogn. 180 dagenregel aangepast. Deze regel bepaalt dat een persoon alleen maar seizoenwerknemer  kan worden, voor zover hij of zij in de afgelopen 180 dagen niet reeds gewerkt heeft als vaste werknemer in de land- en tuinbouw. In het sectoraal akkoord 2019 -2020 hebben de sociale partners afgesproken deze regel te vereenvoudigen. In dit Besluit wordt daar nu gevolg aan gegeven met ingang van 1 april.

In hoofdlijnen komt het erop neer dat de 180 dagenregel wordt beperkt tot de eigen onderneming. Dit wil zeggen dat men onmiddellijk één persoon, die gewerkt heeft als vaste werknemer in een andere sector of een andere onderneming , kan in dienst nemen als seizoenwerknemer in het eigen bedrijf. Ook is bepaald dat wanneer men, na de tewerkstelling  als seizoenwerknemer, aan een persoon een contract zou geven voor een bepaalde duur of voor een bepaald werk van maximaal zes weken, deze vaste tewerkstelling buiten beschouwing wordt gelaten voor de toepassing van de 180 dagenregel. Tenslotte kan iemand die met wettelijk pensioen gaat, onmiddellijk worden ingezet als seizoenwerknemer, ook in dezelfde onderneming .